Naar hoofdinhoud gaan

Onboarding (macOS‑app)

Dit document beschrijft de huidige onboardingstroom bij de eerste start. Het doel is een soepele “dag 0”-ervaring: kies waar de Gateway draait, verbind authenticatie, doorloop de wizard en laat de agent zichzelf bootstrapen. Voor een algemeen overzicht van onboardingtrajecten, zie Onboarding Overview.
1

Approve macOS warning

2

Approve find local networks

3

Welcome and security notice

4

Local vs Remote

Waar draait de Gateway?
  • Deze Mac (alleen lokaal): onboarding kan OAuth‑stromen uitvoeren en inloggegevens lokaal wegschrijven.
  • Op afstand (via SSH/Tailnet): onboarding voert geen OAuth lokaal uit; inloggegevens moeten bestaan op de Gateway-host.
  • Later configureren: sla de installatie over en laat de app ongeconfigureerd.
Gateway-authenticatietip:
  • De wizard genereert nu een token, zelfs voor local loopback, zodat lokale WS-clients zich moeten authenticeren.
  • Als je authenticatie uitschakelt, kan elk lokaal proces verbinding maken; gebruik dit alleen op volledig vertrouwde machines.
  • Gebruik een token voor toegang vanaf meerdere machines of niet‑loopback‑bindings.
5

Permissions

Onboarding vraagt TCC-rechten aan die nodig zijn voor:
  • Automatisering (AppleScript)
  • Meldingen
  • Toegankelijkheid
  • Schermopname
  • Microfoon
  • Spraakherkenning
  • Camera
  • Locatie
6

CLI

Deze stap is optioneel
De app kan de globale openclaw CLI via npm/pnpm installeren zodat terminal‑ workflows en launchd‑taken direct werken.
7

Onboarding Chat (dedicated session)

Na de installatie opent de app een speciale onboardingchat‑sessie zodat de agent zich kan voorstellen en de volgende stappen kan begeleiden. Dit houdt begeleiding bij de eerste start gescheiden van je normale gesprek. Zie Bootstrapping voor wat er gebeurt op de Gateway-host tijdens de eerste agentrun.